ZonOpDakWijzer
Zonnepanelen kopen

Zonnepaneel: wat het is, hoe het werkt en wat Wp betekent voor jouw dak

Een zonnepaneel (ook wel PV-paneel) zet zonlicht om in stroom. Het getal in Wp zegt hoeveel vermogen het paneel levert onder testomstandigheden, niet hoeveel kWh jij per jaar oogst. Op een zuidelijk dak in Nederland levert elke Wp grofweg 0,8 tot 0,95 kWh per jaar op.

Door Redactie ZonOpDakWijzer Laatst bijgewerkt op 17 min lezen

Of een zonnepaneel voor jou goed uitpakt, hangt minder af van het Wp-getal dan de meeste webshops suggereren. Drie vragen bepalen het: hoeveel panelen passen er echt op je dakvlak, hoeveel schaduw valt erop, en gebruik je de stroom overdag zelf? Dat laatste weegt zwaarder nu de salderingsregeling op 1 januari 2027 stopt.

ZonOpDakWijzer kan een commissie ontvangen als je via onze site iets afneemt. Dat bepaalt ons oordeel niet: we baseren ons op specificaties, garantievoorwaarden en regelgeving, en testen zelf geen panelen.

Wat is een zonnepaneel en hoe wekt het stroom op?

Een zonnepaneel bestaat uit zonnecellen van silicium achter een glasplaat, bij moderne panelen meestal 108, 120 of 132 halve cellen. Valt er licht op zo'n cel, dan maakt het licht elektronen in het silicium los en gaan die stromen. Dat heet het fotovoltaïsche effect. Er komt gelijkstroom uit, dezelfde soort stroom als uit een batterij.

Je huis en het net werken met wisselstroom van 230 volt. Daarom zit er altijd een omvormer tussen panelen en meterkast die gelijkstroom omzet in wisselstroom. Wat je op dat moment zelf gebruikt, gaat direct naar je apparaten; de rest gaat via je meter het net op.

Zonne-energie is breder dan zonnepanelen

Met zonne-energie worden twee technieken bedoeld. Zonnecollectoren (zonneboilers) verwarmen water met de warmte van de zon en leveren geen stroom. PV-panelen maken elektriciteit. Op ZonOpDakWijzer gaat het alleen over PV-panelen.

Zonnepaneel, PV-paneel, zonnepanelen: zijn dat verschillende dingen?

Nee. PV staat voor photovoltaic, fotovoltaïsch. Een PV-paneel, pv paneel of PV panel is hetzelfde als een zonnepaneel. Het geheel van panelen, bekabeling en omvormer heet een PV-installatie. Wattpiek (Wp) is de eenheid waarin je het vermogen van een paneel uitdrukt: het maximale vermogen onder vaste laboratoriumomstandigheden.

Wp uitgelegd: wat zegt het vermogen van een zonnepaneel (400, 450, 500 Wp)?

Wp wordt gemeten onder Standard Test Conditions (STC): 1000 watt zonlicht per vierkante meter, een celtemperatuur van 25 °C en een vaste lichtsamenstelling. Op een Nederlands dak komt dat zelden samen. Op een felle zomerdag is het licht soms sterk genoeg, maar dan zijn de cellen 50 tot 65 °C en levert het paneel juist minder. Wp is een vergelijkingsmaat tussen panelen, geen voorspelling van jouw opbrengst.

Vier begrippen die vaak door elkaar lopen:

  • Wp: het piekvermogen van één paneel onder STC, bijvoorbeeld 450 Wp.
  • kWp: het totale gelijkstroomvermogen van al je panelen samen. Tien panelen van 450 Wp is 4.500 Wp, ofwel 4,5 kWp.
  • kW (bij de omvormer): het wisselstroomvermogen dat de omvormer maximaal aan je huis en het net levert. Dat ligt vaak 10 tot 20 procent lager dan de kWp van de panelen, omdat panelen hier zelden hun piekvermogen halen. Bij 4,5 kWp aan panelen is een omvormer van 3,6 of 4 kW gangbaar.
  • kWh: de hoeveelheid energie die je opwekt of verbruikt. Die staat op je energierekening.

Vermogen is hoe ver de kraan open kan; kWh is hoeveel water er in een jaar doorheen is gestroomd.

Rekenvoorbeeld: van Wp naar kWh

Stap 1: aantal panelen × Wp per paneel = totaal Wp. Voorbeeld: 10 × 430 Wp = 4.300 Wp.

Stap 2: totaal Wp × opbrengstfactor = kWh per jaar. Voor een zuiddak met 30 tot 40 graden helling zonder schaduw ligt die factor in Nederland meestal tussen 0,8 en 0,95. Hier: 4.300 × 0,8 = 3.440 kWh en 4.300 × 0,95 = 4.085 kWh.

Dat is een bandbreedte, geen belofte. Een somber jaar valt 5 tot 10 procent lager uit, en op een oost- of westdak reken je eerder met 0,7 tot 0,8.

400, 450 of 500 Wp naast elkaar

De tabel laat twee dingen zien: hoeveel panelen je nodig hebt voor ongeveer 3.600 Wp (grofweg 2.900 tot 3.400 kWh per jaar op een zuiddak), en hoeveel er werkelijk passen op een vast dakvlak van 4 × 4 meter (16 m²). Daarbij gaan we uit van staand leggen, 25 cm vrije rand rondom en 2 cm tussen de panelen. Maten en gewichten zijn indicatief; de datasheet van het specifieke type is leidend.

Vermogen Typische maat Gewicht (glas-folie) Panelen voor ca. 3.600 Wp Paneeloppervlak Past op 4 × 4 m dakvlak Vermogen op dat dakvlak
400 Wp ca. 1,72 × 1,13 m ca. 20-22 kg 9 ca. 17,5 m² 6 (2 rijen van 3) 2.400 Wp
450 Wp ca. 1,76 × 1,13 m ca. 21-23 kg 8 ca. 16 m² 3 (1 rij van 3) 1.350 Wp
500 Wp ca. 1,95 × 1,13 m ca. 24-28 kg 7 ca. 15,5 m² 3 (1 rij van 3) 1.500 Wp

Op dit dakvlak kost 4 centimeter extra paneellengte een hele rij: twee rijen van 1,76 meter passen niet in de 3,5 meter die na de randen overblijft. Het voorbeeld is bewust krap, maar zo gaat het op veel rijtjeshuisdaken. Een 500 Wp-paneel levert per vierkante meter nauwelijks meer op; het is vooral groter. Bovendien is een paneel van 2,2 m² en 25 kilo of meer lastig te hanteren op een ladder of schuin dak, zeker bij wind. Je hebt er twee man voor nodig.

Ons advies: meet eerst je dakvlak (nok tot goot en de breedte) en reken uit welk formaat er het meeste vermogen oplevert. Panelen van 420 tot 450 Wp rond 1,72 meter lang zijn op de meeste Nederlandse rijtjeshuisdaken de veiligste keuze. Grote 500 Wp-panelen passen vooral bij ruime, rechthoekige daken en platte daken.

Hoeveel stroom levert een zonnepaneel op in de praktijk?

Oriëntatie. Zuid levert per paneel het meest. Oost en west leveren elk ongeveer 15 tot 20 procent minder. Daar staat tegenover dat een oost-westdak minder hoog piekt rond het middaguur en meer opwekt in de ochtend en late middag, wanneer je meer stroom gebruikt. Nu saldering stopt, weegt dat zwaarder dan vroeger.

Hellingshoek. Tussen 30 en 40 graden is ideaal. Op een plat dak komen panelen meestal op 10 tot 15 graden, vaak oost-west, zodat er meer passen en ze minder wind vangen.

Schaduw. Een schoorsteen, dakkapel, boom of hoger buurhuis kan de opbrengst flink drukken, zeker met een string-omvormer (zie verderop).

Seizoen. Als indicatie, op basis van PVGIS (het gratis rekenprogramma van de Europese Commissie) voor een zuiddak van 35 graden in midden-Nederland: van mei tot en met augustus wek je ongeveer de helft van je jaaropbrengst op, in december en januari samen zo'n 5 tot 6 procent. Een installatie van 3.000 kWh per jaar haalt in juni rond de 12 tot 14 kWh per dag, in december 1 tot 3 kWh. Wil je dit voor je eigen adres zien, vul dan je dak in bij PVGIS.

Soorten zonnepanelen: mono, glas-glas en full black

Vrijwel alle dakpanelen die nu verkocht worden zijn monokristallijn; de blauwe, gespikkelde polykristallijne panelen zijn grotendeels verdwenen. De keuze gaat over opbouw en uiterlijk.

  • Glas-folie (standaard mono): glas voor, kunststof folie achter. Lichter, vaak 20 tot 22 kilo. Meestal 25 jaar vermogensgarantie, met een jaarlijkse degradatie rond 0,4 tot 0,55 procent.
  • Glas-glas: glas aan beide kanten. Zwaarder (vaak 23 tot 28 kilo), maar beter bestand tegen vocht en microscheurtjes. Fabrikanten geven vaak 30 jaar vermogensgarantie en garanderen een lagere degradatie, rond 0,4 procent per jaar. Bifaciale varianten vangen ook licht aan de achterkant, wat alleen op een plat dak met lichte dakbedekking echt iets toevoegt.
  • Full black: zwarte cellen, frame en achterkant. Puur uiterlijk. Ze worden iets warmer en hebben bij gelijke maat vaak iets minder vermogen dan dezelfde serie met wit achterblad.

Ligt je dak in het zicht, op donkere pannen of in een straat met welstandseisen, dan is full black het overwegen waard. Wil je 30 jaar niet omkijken en kan je dak het gewicht dragen, kies glas-glas. Op een achterdak dat niemand ziet, volstaat een standaard glas-foliepaneel.

Waar let je op bij het kiezen van een zonnepaneel?

De datasheet zegt meer dan de merknaam. Vijf regels om te vergelijken:

  • Rendement: gangbaar is 21 tot 23 procent. Hoger rendement betekent meer Wp per vierkante meter; dat telt vooral bij weinig dakruimte.
  • Vermogenstolerantie: bij 0/+5 W levert een 430 Wp-paneel onder STC minimaal 430 Wp. Een negatieve tolerantie, zoals -3 %, is een minpunt.
  • Temperatuurcoëfficiënt (Pmax): het vermogensverlies per graad boven 25 °C. -0,29 %/°C is beter dan -0,35 %/°C; op een hete dag scheelt dat een paar procent.
  • Productgarantie: dekt fabricagefouten, meestal 12 tot 25 jaar of langer.
  • Vermogensgarantie: het minimale vermogen na 25 of 30 jaar, vaak 85 tot 89 procent van het origineel.

In webshops en offertes kom je onder meer AEG, Aiko, DMEGC, JA Solar, Jinko Solar, SunPower en Canadian Solar tegen. De meeste merken voeren meerdere productlijnen met verschillende specificaties, dus vergelijk altijd het exacte type, niet het merk. Controleer twee dingen: staat het volledige typenummer in de offerte, zodat je de datasheet kunt opzoeken, en wie handelt een garantieclaim in Nederland af: de fabrikant zelf, een Nederlandse importeur of alleen je installateur?

Is jouw dak geschikt? Zo gebruik je de Zonatlas

De Zonatlas (zonatlas.nl) is een gratis kaart die door veel gemeenten en provincies wordt aangeboden. Hij berekent per dakvlak hoeveel zonlicht erop valt, op basis van laserhoogtemetingen van daken, gebouwen en bomen en de zoninstraling op die plek. Zo telt schaduw van omliggende bebouwing en beplanting mee.

In drie stappen:

  1. Vul je adres in en zoom in op je woning.
  2. Klik op het dakvlak waar je panelen wilt leggen. Elk dakvlak heeft een eigen kleur; de legenda op de kaart vertelt wat die kleur betekent, van geschikt tot ongeschikt.
  3. Lees de uitkomst: de geschiktheid en, afhankelijk van de versie die jouw gemeente gebruikt, een schatting van het aantal panelen en de jaaropbrengst. Zie je die schatting niet, gebruik dan de rekenmethode hierboven.

Gebruik de uitkomst als eerste indruk, niet als advies. De Zonatlas weet niet in welke staat je dak is, of er een dakraam of ontluchting zit, en of de boom van de buren sinds de meting is gegroeid. Een paneelaantal is een schatting en houdt geen rekening met de exacte maat van jouw paneel en de randafstanden; reken dat zelf na met een meetlint of laat de installateur een legplan maken.

Controleer dit voordat je panelen laat leggen

  • Staat van het dak: moeten pannen of dakbedekking binnen 10 jaar vervangen worden, doe dat dan eerst.
  • Draagkracht: panelen met montagesysteem wegen ongeveer 12 tot 15 kilo per m², op een plat dak met ballast vaak meer. Twijfel je bij een oud of licht dak, laat dan een constructeur kijken.
  • Meterkast en aansluiting: is er ruimte voor een extra groep, en heb je een één- of driefasige aansluiting?
  • VvE of monument: in een appartement heb je toestemming van de VvE nodig. Bij een monument of in een beschermd stads- of dorpsgezicht meestal een omgevingsvergunning.
  • Vergunning: op een schuin dak zijn panelen meestal vergunningvrij als ze binnen het dakvlak blijven en het dakvlak volgen. Check het bij je gemeente bij twijfel.

Hoeveel zonnepanelen heb je nodig en hoeveel mag je hebben?

Begin bij je verbruik. Pak je jaarverbruik in kWh van je jaarafrekening en deel het door de opbrengstfactor van je dak. Voorbeeld: 3.000 kWh ÷ 0,85 = ongeveer 3.500 Wp, dus 8 panelen van 440 Wp.

Nu saldering stopt, levert flink overproduceren minder op. Dek je verbruik ongeveer of iets minder, tenzij je verbruik straks stijgt, bijvoorbeeld door een elektrische auto.

Een wettelijk maximum voor particulieren is er niet. De grenzen zitten in de praktijk:

  • Dakruimte: wat er met randafstanden past.
  • Aansluiting: op een eenfase-aansluiting ligt de praktische grens vaak rond 5 kW omvormervermogen (wisselstroom, dus niet de kWp van je panelen). Daarboven kan een driefasige aansluiting nodig zijn. Vraag bij je netbeheerder na wat voor jouw aansluiting geldt.
  • Netcapaciteit: in sommige wijken loopt de spanning op zonnige dagen zo op dat je omvormer tijdelijk uitschakelt.

Meld je installatie na plaatsing aan via energieleveren.nl.

Wat doet een omvormer en waarom heb je er een nodig?

Zonder omvormer kun je de gelijkstroom van je panelen niet gebruiken. Er zijn drie opties:

  • String-omvormer: één kastje op zolder of in de garage, met de panelen in één of twee rijen (strings). Eenvoudig en het gangbaarst, maar het zwakste paneel in een string trekt de hele rij omlaag.
  • Micro-omvormers: een kleine omvormer onder elk paneel. Elk paneel werkt zelfstandig, dus schaduw op één paneel raakt de rest niet.
  • Optimizers: kastjes onder elk paneel die samenwerken met een string-omvormer en het schaduweffect opvangen.

Ons oordeel: één onbeschaduwd dakvlak, kies een string-omvormer. Valt er een deel van de dag schaduw van een schoorsteen, dakkapel of boom op de panelen, of liggen ze over oost en west verspreid zonder aparte string-ingangen, kies dan micro-omvormers of optimizers. Een string-omvormer gaat meestal 10 tot 15 jaar mee; micro-omvormers vaak langer, maar ze zitten lastig bereikbaar op het dak.

Hebben zonnepanelen nog zin nu de salderingsregeling stopt?

Tot en met 2026 mag je teruggeleverde stroom wegstrepen tegen stroom van het net. Vanaf 1 januari 2027 stopt dat. Je krijgt dan alleen een terugleververgoeding van je leverancier, en die ligt duidelijk lager dan wat je voor stroom van het net betaalt. Sommige leveranciers rekenen ook terugleverkosten.

De kern: een kWh die je zelf gebruikt op het moment dat je hem opwekt, is meer waard dan een kWh die je teruglevert. Panelen hebben nog steeds zin, maar het voordeel hangt meer af van je dagritme. Als indicatie: Milieu Centraal gaat ervan uit dat een huishouden zonder aanpassingen ongeveer 30 procent van de eigen opwek direct gebruikt; afhankelijk van werk en gezin ligt dat grofweg tussen 25 en 35 procent.

Zo verhoog je je zelfverbruik zonder extra apparatuur:

  • Zet wasmachine, droger en vaatwasser overdag aan, het liefst tussen 11 en 15 uur. Gebruik de uitsteltimer als je weg bent.
  • Laad je elektrische auto overdag thuis, of met een laadpaal die op zonne-overschot laadt.
  • Laat een elektrische boiler of close-in boiler opwarmen als de zon schijnt.
  • Heb je de keuze, leg dan oost-west: minder piek, meer stroom op de momenten dat je hem gebruikt.

Wanneer verdient een zonnepaneel zich niet of pas laat terug?

De terugverdientijd is investering ÷ jaarlijks voordeel = aantal jaren. We noemen in onze artikelen geen eurobedragen, omdat prijzen en vergoedingen snel veranderen. Actuele prijzen zie je live op de productpagina's van ZonOpDakWijzer, en in de rekentool op de site vul je je eigen cijfers in. Liever zelf rekenen? Gebruik je offerte en energiecontract:

  1. Jaaropbrengst: totaal Wp × 0,8 tot 0,95 (oost-west 0,7 tot 0,8), maal 0,94 voor de gemiddelde degradatie over 25 jaar: ___ kWh
  2. Deel dat je zelf gebruikt (30 % zonder aanpassingen, 40 tot 50 % als je bewust overdag verbruikt): ___ kWh
  3. Zelf gebruikte kWh × jouw stroomprijs per kWh: ___
  4. Teruggeleverde kWh × terugleververgoeding, min terugleverkosten: ___
  5. Jaarlijks voordeel (3 + 4): ___
  6. Investering: offerteprijs plus één vervanging van de string-omvormer: ___
  7. Investering ÷ jaarlijks voordeel: ___ jaar

Zo lees je de uitkomst, afgezet tegen 25 tot 30 jaar vermogensgarantie en 10 tot 15 jaar levensduur van de omvormer:

  • Onder 10 jaar: goede investering, met ruim marge voor tegenvallers.
  • 10 tot 15 jaar: verdedigbaar als je lang in het huis blijft, maar je verdient pas terug rond het moment dat de omvormer aan vervanging toe is.
  • Boven 15 jaar: zwak. Elke tegenvaller in vergoeding of opbrengst schuift het verder op. Kijk eerst of je zelfverbruik omhoog kan of een kleiner systeem volstaat.

In deze situaties zijn panelen een slechte of trage investering:

  • Laag verbruik: onder ongeveer 1.500 kWh per jaar en overdag weg, dan lever je het meeste terug tegen een lage vergoeding.
  • Veel schaduw: ligt je dakvlak in de Zonatlas in de minst gunstige categorie of een groot deel van de dag in de schaduw, dan redden micro-omvormers het ook niet.
  • Kort wonen: verhuis je binnen vijf jaar, dan haal je de investering meestal niet terug. Reken er niet op dat panelen de verkoopprijs evenredig verhogen; dat is vooraf niet vast te stellen.
  • Dak aan vervanging toe: dan betaal je later extra voor demontage en herplaatsing.

Zonnepanelen kopen: losse panelen of een complete installatie?

Losse panelen koop je bij webshops en groothandels, zonder montage. Dat is alleen een optie als je ervaring hebt met werken op hoogte, dakmontage en elektra. De risico's: lekkage door verkeerd geplaatste dakhaken, brandgevaar door slecht gemonteerde DC-stekkers, en garantie die vervalt als de fabrikant installatie door een vakman eist. Ook je verzekeraar kan bij schade vragen wie de installatie heeft aangelegd. Laat de aansluiting in de meterkast altijd door een erkend installateur doen.

Bij een complete installatie regelt de installateur panelen, montage, omvormer, bekabeling, de groep in de meterkast en vaak de aanmelding. Eis vier dingen:

  • Een erkende installateur, bijvoorbeeld via InstallQ, met minimaal 5 jaar garantie op het installatiewerk.
  • Merk en volledig typenummer van panelen en omvormer in de offerte.
  • Een legplan per dakvlak en een opbrengstberekening voor jouw dak.
  • Duidelijkheid over wie de garantie afhandelt als de installateur stopt.

Voor vrijwel elk huishouden is een complete installatie de juiste keuze. Losse panelen zijn alleen verstandig voor wie het vak beheerst, of voor een klein systeem op een schuur of balkon.

Veelgestelde vragen

Hoeveel zonnepanelen mag je als particulier hebben?

Er is geen wettelijk maximum. De grenzen zijn je dakruimte, je aansluiting (vraag je netbeheerder wat er op jouw aansluiting kan) en de capaciteit van het lokale net. Bij een monument, beschermd stadsgezicht of VvE gelden extra regels.

Wat leveren 8 zonnepanelen op per dag?

Uitgaande van 8 panelen van 400 Wp (3.200 Wp) op een zuiddak van 30 tot 40 graden zonder schaduw: ongeveer 2.550 tot 3.050 kWh per jaar, gemiddeld 7 tot 8 kWh per dag. In juni is dat rond 11 tot 13 kWh per dag, in december 1 tot 3 kWh. Op een oost-westdak reken je met ongeveer 2.250 tot 2.550 kWh per jaar, gemiddeld 6 tot 7 kWh per dag.

Hebben zonnepanelen nog zin als saldering stopt?

Meestal wel, als je een redelijk verbruik hebt en een deel daarvan overdag laat vallen. Bij laag verbruik, veel schaduw of een korte woonduur wordt de terugverdientijd lang. Reken het na met de stappen hierboven.

Wat kosten 10 zonnepanelen inclusief installeren?

Dat hangt af van paneeltype, omvormer, daktype en installateur, en prijzen veranderen snel. Daarom noemen we hier geen bedrag: de actuele prijzen zie je live op onze productpagina's en met de rekentool op de site reken je je eigen situatie door. Vraag daarnaast minstens twee offertes met typenummers en vergelijk ze op prijs per Wp en garantievoorwaarden.

Wat zijn PV-panelen?

Gewoon zonnepanelen die stroom maken. PV staat voor fotovoltaïsch: licht wordt in de cellen gelijkstroom, die de omvormer omzet in wisselstroom. Zonnecollectoren voor warm water zijn iets anders.

Wat is het verschil tussen een zonnepaneel van 400 Wp en 500 Wp?

Vooral de maat: een 500 Wp-paneel is vaak rond 1,95 meter lang en 25 kilo of zwaarder, tegenover ongeveer 1,72 meter bij 400 Wp. Per vierkante meter scheelt het weinig. Kies het formaat waarmee je op jouw dakvlak het meeste vermogen kwijt kunt; de tabel hierboven laat zien hoe dat uitpakt.

Kan ik een los zonnepaneel kopen en zelf aansluiten?

Kopen kan, zelf monteren alleen als je dakwerk en elektra beheerst. De aansluiting in de meterkast laat je altijd door een erkend installateur doen, anders riskeer je brand, lekkage en het vervallen van garantie of verzekeringsdekking.

Lees ook